NPS +57 NPS +57
Flexibel en snel Flexibel en snel
Klantgericht en deskundig Klantgericht en deskundig
Transparant en innovatief Transparant en innovatief

14 september 2022

Bijna 60% van de Nederlanders vindt het een goede zaak dat de overheid steeds meer digitaal doet. Toch weet de Nederlandse overheid met haar digitale dienstverlening niet alle Nederlanders even goed te bereiken, met name lager opgeleiden hebben moeite om zelfstandig en volledig gebruik te maken van digitale overheidsdiensten. Dit blijkt uit onderzoek door DirectResearch in opdracht van ServiceNow. Zo geeft bijvoorbeeld 45% van de laagopgeleiden aan moeite te hebben om zelfstandig online belastingaangifte te doen, onder midden- en hoogopgeleide Nederlanders is dat percentage beduidend lager: 23%. Het laat zien dat de Nederlandse overheid nog stappen moet zetten om te voldoen aan haar eigen digitale doelstellingen van NL DIGIbeter.

Voor het onderzoek zijn ruim duizend Nederlanders gevraagd naar hun ervaringen met digitale overheidsdiensten, waaronder die van de Belastingdienst, DUO, UWV en gemeenten. Bij bepaalde online diensten geeft een grote meerderheid van de Nederlanders aan dit prima zelfstandig te kunnen regelen. Zo heeft 94% er vertrouwen in om online een afspraak te kunnen maken om een paspoort aan te vragen. En 93% toont hetzelfde vertrouwen bij het online doorgeven van een verhuizing bij de gemeente. Maar bij belastingaangifte doen, is het zelfvertrouwen al minder: slechts 74% verwacht dit zelfstandig te kunnen. En onder laagopgeleide Nederlanders is dat met 55% zelfs nog lager.

Het onderzoek toont dan ook aan dat de grootste verschillen zich vooral voordoen tussen hoogopgeleide enerzijds en midden- en laagopgeleide Nederlanders anderzijds. Deze verschillen uiten zich zowel in de behoeftes die de twee groepen hebben ten opzichte van digitale diensten, als in hoe ze deze digitale overheidsdiensten daadwerkelijk ervaren.

Verschillende wensen

Het verschil in behoefte komt het beste naar voren wanneer het gaat om het persoonlijke aspect van digitale dienstverlening. Voor 49% van de laagopgeleiden is dit belangrijk, tegenover 46% van de gemiddeld opgeleiden. Onder hoger opgeleiden ligt dit percentage op slechts 34%, zij hebben dus veel minder behoefte aan persoonlijke, digitale benadering. Ook tekenend is dat slechts een derde (34%) van de laagopgeleiden het eens is met de stelling ‘Goed dat de overheid steeds meer digitaal doet’, terwijl dit percentage bij midden- en hoogopgeleiden op 56% en 66% ligt.

De top drie van aspecten die het vaakst als zeer belangrijk worden gezien bij digitaal contact met de overheid bestaat uit gebruiksvriendelijk (74%), privacy (72%) en begrijpelijkheid (71%). Wanneer alle respondenten gevraagd wordt naar welk aspect ze op de eerste plaats zouden zetten, is privacy met 31% de onbetwiste nummer één. Gebruiksvriendelijk wordt door 23% als allerbelangrijkste gezien, begrijpelijkheid is voor 17% de nummer één.

Begrijpelijkheid als struikelblok

Voor één op de tien respondenten vormt begrijpelijkheid het grootste struikelblok wanneer het gaat om de kwaliteit van digitale dienstverlening van de overheid en bestempelt dit als onvoldoende. Oftewel: één op de tien Nederlanders begrijpt de digitale diensten van de Nederlandse overheid onvoldoende. Hiermee voldoet onze overheid niet aan de eigen doelstellingen die in het kader van  NL DIGIbeter zijn gesteld: een digitale overheid die toegankelijk, begrijpelijk en voor iedereen is.

“Het onderzoek laat zien dat lang niet alle Nederlanders optimaal gebruik kunnen maken van de digitale diensten van de overheid, zeker als je bedenkt dat een meerderheid van Nederland midden- of laagopgeleid is,” zegt Jean Pierre van Tiggelen, Country Manager Nederland bij ServiceNow. “Maar liefst 44% van die groep Nederlanders is van mening dat de digitalisering te snel gaat. Om te voorkomen dat deze groep noodgedwongen afhaakt, is het belangrijk dat bestaande digitale diensten voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk zijn. Zodat alle Nederlanders er vertrouwen in blijven houden dat ze digitaal mee kunnen komen. Want op dit moment heeft bijna de helft van de laagopgeleiden moeite om digitale ontwikkelingen in het algemeen bij te houden.”

Bron: Executive-people.nl

8 juni 2022

Reizigers laten steeds vaker de auto staan blijkt uit onderzoek van DirectResearch. De drie belangrijkste motieven hiervoor zijn de hoge brandstofprijzen (64 procent), belang van gezondheid (46 procent) en klimaat/milieu (35 procent).

Gratis foto's van Bijtanken

Daardoor kiezen reizigers nu vaker voor het gebruik van de fiets, aanschaf van een (elektrische) fiets, scooter of motor, of gaan minder vaak de deur uit. Ook reist een deel vaker met het openbaar vervoer.

Voor mensen die een nieuwe auto hebben aangeschaft, geldt dat dit nu meestal een elektrische of (plug-in) hybride is. „Meer dan de helft (57 procent) is in de afgelopen drie jaar bewuster gaan kiezen voor het vervoermiddel dat ze gebruiken”, zegt voorzitter Steven van Eijck van RAI Vereniging, dat het onderzoek naar reisgedrag liet uitvoeren.

„Reizigers zijn zich steeds bewuster van de impact van reizen op hun omgeving, gezondheid en portemonnee. Dit versnelt de transitie naar bewuster keuzegedrag en daarmee naar gezonde mobiliteit”, constateert Van Eijck.
„Dat is cruciaal, maar wij maken ons wel zorgen over de betaalbaarheid van deze verandering. Want gezonde mobiliteit moet betaalbaar en daarbij voor iedereen toegankelijk zijn. Mede door de hoge aanschaf- en brandstofkosten wordt autorijden echter voor steeds meer mensen bijna onbetaalbaar, terwijl lang niet iedereen een alternatief heeft.”

“Gezonde mobiliteit vraagt om een passende stimulering”

Om gezonde mobiliteit te stimuleren en mobiliteit betaalbaar te houden, pleit 46 procent van de respondenten ervoor om brandstof goedkoper te maken. Ook wil 43 procent het ov stimuleren en kiest 40 procent ervoor dat schone en zuinige vervoersmiddelen fiscaal aantrekkelijker worden gemaakt.

Van Eijck: „Gezonde mobiliteit vraagt om een passende stimulering. Bied iedereen perspectief door alle schone, zuinige en veilige vervoermiddelen aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door aankoopsubsidies of lagere belastingen. Het beleid moet ten goede komen aan de samenleving. Gezonde mobiliteit voor een gezonde samenleving. Gelukkig is de industrie hard bezig om technologische oplossingen te vinden dat voor elkaar te krijgen.”

Benieuwd naar het nieuwsartikel? Klik dan hier.

19 april 2022

Voor 82% van de Nederlandse medewerkers is het belangrijk om de mogelijkheid te hebben om hybride te kunnen werken. De kwaliteit van de hybride werkplek is hierbij echter wel van belang en voor tweederde van jonge Nederlandse werknemers reden om van baan te wisselen. 63% van de werknemers ervaart technische problemen bij hybride werken. Het investeren in technische (hulp)middelen door de werkgever is dan ook nodig voor een succesvolle hybride werkervaring.

Dit blijkt uit een onderzoek van HP uitgevoerd door het onafhankelijke onderzoeksbureau DirectResearch onder 1.008 Nederlandse medewerkers.

Kantoor, Thuis, Werkruimte, Werken Vanuit Huis

De mogelijkheid om hybride te kunnen werken is populair. Maar liefst 82% van de Nederlandse werknemers geeft aan het belangrijk te vinden om de optie tot deze werkvorm te hebben. Onder jongere werknemers (18-35 jaar) is dit zelfs 86% en daarmee hoger dan oudere werknemers (78%). Slechts 18% van de ondervraagden maakt geen gebruik van de mogelijkheid om hybride te werken als dit wel kan. 2 op 5 heeft geen mogelijkheid om gedeeltelijk vanuit huis te werken.

Redenen om niet hybride te werken zijn dat men liever vanuit kantoor werkt (32%) of werk en privé gescheiden wil houden (28%). De jongere groep werknemers heeft vaker te kampen met afleiding vanuit huis en 24% prefereert daardoor werken op kantoor, vergeleken met 9% onder de oudere werknemers. Gemiddeld genomen werken Nederlandse werknemers die daar de mogelijkheid toe hebben 2,5 dag per week vanuit huis.

Hybride werken anders ervaren door jongere werknemers

Hybride werken wordt door verschillende leeftijdsgroepen verschillend ervaren. Jongere werknemers (18-35 jaar) (65%) voelen zich vaker minder verbonden met collega’s tijdens het werken vanuit huis dan de groep oudere werknemers (vanaf 35 jaar) (55%). Ook ervaart de helft (52%) van de jongere werknemers de druk om naar kantoor te gaan in de wetenschap dat andere collega’s ook op kantoor zijn, tegenover 36% van de oudere werknemers. Voor 1 op 3 jongere werknemers heeft hybride werken erin geresulteerd dat zij hun baan minder leuk vinden. 1 op 4 oudere werknemers deelt deze mening.

Jongere werknemers kampen ook vaker met zorgen ten opzichte van hybride werken. Zo zijn ze vaker bang om iets op kantoor mis te lopen (44%) dan hun oudere collega’s (33%), een achterstand in hun ontwikkeling op te lopen (42%, oudere werknemers 24%), en zijn ze vaker van mening dat hybride werken negatieve effecten op hun creativiteit (37%, oudere werknemers 23%) en motivatie (43%, oudere werknemers 21%) heeft.
Wel zijn 4 op 5 werknemers in beiden groepen het erover eens dat hybride werken zal leiden tot minder stress.

Kimberley Riedijk, gedragspsycholoog bij Behavioral Insights Company: “Om jong talent aan te trekken en te behouden in deze nieuwe tijd van hybride werken, is het extra belangrijk om rekening te houden met hetgeen hen intrinsiek motiveert. De psychologische literatuur vertelt ons dat ervaren autonomie, competentie en verbondenheid met collega’s hier essentieel voor zijn.”

Managing Director bij HP, Rob Idink: “Het is overduidelijk dat hybride werken door jongere werknemers echt anders ervaren wordt dan door oudere collega’s. Er spelen meer angsten om achterstand op te lopen en zij vrezen voor de negatieve effecten van hybride werken. Het ondersteunen van de professionele ontwikkeling van die groep blijkt belangrijker dan ooit. Daarnaast dienen organisaties op de hoogte te zijn van de gevoelens die er spelen onder de werknemers ten opzichte van hybride werken om hier, waar mogelijk, op in te spelen”.

Technologie op de werkplek

Om van hybride werken een succes te maken dienen werknemers te beschikken over goed werkende technologie, dit wordt door 42% onderschreven als een van de voorwaarden voor een succesvolle hybride werkervaring. 63% van de ondervraagden ervaart technische problemen tijdens het hybride werken. Dit varieert van problemen met de Wi-Fi snelheid (22%) tot een toename in beveiligingsrisico’s (20%) en de snelheid van de pc of laptop (20%) waarmee men hybride werkt. Om de hybride werkomgeving te verbeteren kunnen werkgevers investeren onder andere in (betere) kantoorbenodigdheden zoals een printer of bureau (33%), technische hulpmiddelen als computerschermen (27%) of technische middelen zoals een snellere laptop (18%).

Hoewel het merendeel (94%) van de Nederlandse werknemers tevreden is over zijn of haar hybride werkplek, lopen jongere werknemers vaker tegen problemen met hybride werken op dan oudere collega’s. Ruim 1 op 5 van de jongere werknemers ervaart technische beperkingen bij het werken vanuit huis, bij de oudere werknemers is dit 1 op 7. Zo geeft 16% van de jongeregroep aan dat hun huidige PC/laptop niet alles heeft wat zij nodig hebben voor hybride werken en 1 op 10 ondervindt problemen met de snelheid en stabiliteit van Wi-Fi. De beschikbaarheid van een betere werkplek blijkt voor jongere werknemers ook een grotere motivatie om van baan te wisselen dan voor oudere werknemers. Maar liefst 66% van de jongere werknemers is bereid om een baan met gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden te accepteren als hierbij een betere hybride werkplek geboden wordt.

Rob Idink: “De groep werknemers die te maken krijgt met technische beperkingen tijdens het hybride werken is erg groot. Niet verwonderlijk daarom dat goed werkende technologie een belangrijke voorwaarde blijkt te zijn voor een succesvolle hybride werkervaring. In een tijd waarin het moeilijker blijkt om talent aan te trekken en te behouden is het voor organisaties van groot belang om er alles aan te doen om de best mogelijke hybride werkplek aan te bieden”.

Voor meer informatie, zie het nieuwsartikel.

Amsterdam, 8 februari 2022

54% van de Nederlanders geeft aan niet genoeg gesproken te hebben over de dood met iemand die er nu niet meer is. Het verdriet is hierdoor groter en het bemoeilijkt de rouw. SIRE start vandaag een campagne om mensen te stimuleren meer over de dood te praten, hoe moeilijk en ongemakkelijk dat ook is. Gesprekken over de dood verbeteren de kwaliteit van leven.

De nieuwe SIRE-campagne houdt ons een spiegel voor. Met uit het leven gegrepen situaties: confronterend, herkenbaar, pijnlijk en soms ook grappig. Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders niet graag over hun eigen dood of over de dood van iemand anders praten. Gesprekken worden gekenmerkt door ongemak. Goede bedoelingen pakken verkeerd uit, waarna het gesprek maar al te vaak verstomt.

Meer kwaliteit van leven

Lucy van der Helm, directeur SIRE: “De dood is een onlosmakelijk onderdeel van het leven. Onderzoek wijst uit dat mensen dat vergeten lijken te zijn. Het is juist waardevol om samen bij de dood stil te staan, er over te praten en elkaar erbij te helpen. Vandaag, wacht niet tot morgen met je gevoelens uiten en naar elkaar te luisteren. Het gesprek aangaan verbindt en verrijkt en dát vergroot de kwaliteit van onze levens. Daarom start SIRE deze campagne.”

Dooddoeners

De campagne draait om dooddoeners. Gebaseerd op een herkenbaar inzicht. Als iemand over de dood begint, zijn we geneigd het om te buigen naar iets positiefs. Maar met die goede bedoelingen gaan we een wezenlijk gesprek over het einde uit de weg. 64% van de Nederlanders geeft aan dit regelmatig te doen.

Selmore is de bedenker van de campagne. Diederick Hillenius, creative partner Selmore: “De dooddoeners in de campagne doen in eerste instantie wat absurdistisch aan. Maar al gauw herken je dat we deze dingen allemaal weleens zeggen. Je weet vervolgens even niet of je er nou om moet lachen of je er juist voor moet generen. Vooral dat effect maakt het interessant denk ik. Het is een emotie die niet vaak wordt geraakt in communicatie. Dat is goed gelukt mede dankzij alle vakmensen die mee hebben gewerkt. Met dank aan het vertrouwen en de vrijheid die SIRE ons heeft gegeven.”

SIRE heeft ook dit keer kunnen rekenen op de hartverwarmende medewerking van heel veel mensen en partijen die belangeloos hebben meegewerkt. De credits voor de uitwerking van de campagne gaan naar Pink Rabbit (filmproductie), Artbox (beeldbewerking), 51North (website), Public Audio (radio) en al die andere talenten die hebben meegeholpen. Verder hebben meegewerkt: Stroom (media), Storyboard Amsterdam (Influencers, concept & strategie), Monkeys and Bananas (social), Bruut Amsterdam (Online Video) en DirectResearch (onderzoek). 

Voor meer informatie zie:

https://fonkonline.nl/artikelen/campagnes/nieuwe-sire-campagne-de-dood-praat-erover-niet-eroverheen-58920.html
https://nos.nl/artikel/2416252-campagne-om-dood-bespreekbaar-te-maken-vaak-spijt-over-onvolledig-afscheid

Amsterdam, 7 december 2021

Vaccins redden levens en zijn nodig om de pandemie te stoppen. 93 procent van de Nederlanders vindt dat er meer COVID-19 vaccins naar lage inkomenslanden moeten gaan en dat deze wereldwijd eerlijker moeten worden verdeeld. Dat blijkt uit onderzoek wat Artsen zonder Grenzen in samenwerking met DirectResearch heeft laten uitvoeren onder de Nederlandse bevolking. Ook vindt 66 procent dat Nederland momenteel bijdraagt aan een ongelijke vaccinverdeling. Dit leidt niet alleen tot meer slachtoffers, maar zorgt er ook voor dat het virus zich verder kan muteren zoals nu het geval is met de Omikron-variant.

Judith Sargentini

‘De prioriteit in een pandemie, waarbij al meer dan 5,2 miljoen mensen zijn gestorven, zou het zo snel mogelijk beëindigen ervan moeten zijn.’
Judith Sargentini, adjunct-directeur Artsen zonder Grenzen

Hamsteren van vaccinaties

Hamstergedrag van hoge inkomenslanden, waaronder Nederland, heeft ervoor gezorgd dat lage- en midden inkomenslanden vrijwel geen kans hebben gehad om vaccins in te kopen en hun bevolking te beschermen. Hierdoor ligt in sommige landen de vaccinatiegraad nu nog onder de 2 procent, terwijl in Nederland al 83 procent van de bevolking (van 12 jaar en ouder) volledig is gevaccineerd. In de afgelopen drie maanden zijn er zelfs meer boosterprikken toegediend in hoge inkomenslanden, dan eerste vaccinaties over het afgelopen jaar in lage inkomenslanden.

‘86% van de ondervraagden vindt dat elk land het aantal vaccins moet kopen dat het nodig heeft, niet meer of minder. Ook zegt 84% van de ondervraagden dat solidariteit met de medemens verder reikt dan de eigen landsgrenzen.’

Onze verpleegkundige vaccineert kinderen in vluchtelingenkamp
© Anna Pantelia/MSF

COVAX delft onderspit tegen rijkere landen

Om deze oneerlijkheid tegen te gaan is in 2020 het COVAX-programma in het leven geroepen, met als doel: het beschikbaar stellen van twee miljard dosissen voor de 92 armste landen ter wereld, tegen het einde van 2021. ‘Maar de realiteit is dat COVAX ook te maken had met een marktmechanisme en niet kon opbieden tegen de rijkere landen. Die landen zitten nu met een miljoenenoverschot aan vaccins, waar ze hun bevolking meerdere keren mee zouden kunnen inenten,’ zegt Judith Sargentini, adjunct-directeur Artsen zonder Grenzen.

Onduidelijkheid over tekort COVAX donaties

Demissionair minister Hugo de Jonge (VWZ) schreef op 30 september in een kamerbrief dat het zijn streven is om eind 2021 27 miljoen vaccins aan COVAX te hebben gedoneerd, onder het motto ‘Get one – Give one’. Maar vooralsnog zijn er slechts 4,5 miljoen vaccins gedoneerd.

‘COVAX is nu afhankelijk van de liefdadigheid van rijkere landen die massaal hebben ingekocht, maar van alle toezeggingen blijkt vooralsnog weinig terecht te komen. En waarom dit zo is, is voor ons volstrekt onduidelijk,’ zegt Sargentini. De organisatie roept de minister daarom ook op om openheid van zaken te verschaffen, waarom deze donaties nog niet zijn gedaan en aangekomen.

Uit het onderzoek van AzG blijkt dat 86% van de ondervraagden vindt dat elk land het aantal vaccins moet kopen dat het nodig heeft, niet meer of minder. Ook zegt 84% van de ondervraagden dat solidariteit met de medemens verder reikt dan de eigen landsgrenzen en vindt 66 procent dat Nederland bijdraagt aan een oneerlijke vaccinverdeling wereldwijd.

 ‘In de afgelopen drie maanden zijn er echter meer boosterprikken toegediend in hoge inkomenslanden, dan eerste vaccinaties over het afgelopen jaar in lage inkomenslanden.’

Tijdelijke opschorting patentrecht

Een essentiële stap in de strijd tegen de pandemie is het verhogen van de productiecapaciteit van vaccins. Maar dit kan alleen als het bestaande patentrecht op coronavaccins tijdelijk wordt opgeheven. Dit voorstel, ook wel TRIPS waiver genoemd, wordt vooralsnog geblokkeerd door een aantal rijke landen, waaronder Nederland. Demissionair minister Hugo de Jonge zei onlangs nog tegen de Tweede Kamer dat ‘het zomaar vrijgeven van octrooien bij toekomstige pandemieën geen oplossing biedt, omdat het afbreuk zou kunnen doen aan de prikkels voor innovatie en investeringen in nieuwe vaccins en geneesmiddelen.’ Deze innovatie en investeringen zijn echter ontwikkeld met de hulp van miljarden euro’s belastinggeld.

‘De prioriteit in een pandemie, waarbij al meer dan 5,2 miljoen mensen zijn gestorven, zou het zo snel mogelijk beëindigen ervan moeten zijn,’ zegt Sargentini. ‘Het wordt tijd dat we deze crisis gezamenlijk aanpakken, zowel de welvarende als minder welvarende landen. En dat begint met het eerlijk verdelen van vaccins en het open delen van kennis ervan. Dit zal ook na de COVID-pandemie een blijvend positief effect hebben.’

Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau DirectResearch, in opdracht van Artsen zonder Grenzen. Voor dit onderzoek zijn 1041 mensen ondervraagd in de periode 18 – 22 november, met een man-vrouw verdeling van 50 procent. Nederland is representatief gewogen naar geslacht, leeftijd en opleiding.
Voor meer informatie zie: https://www.artsenzondergrenzen.nl/nieuws/eerlijke-vaccinverdeling-wereldwijd/

Amsterdam, 25 november 2021

De ME Research Group, bestaande uit onderzoeksbureaus Markteffect en DirectResearch, heeft haar 8e FD Gazellen Award mogen ontvangen. Dit is tevens het zesde jaar op rij dat zij benoemd is tot FD Gazelle. Het Financieel Dagblad reikt jaarlijks de FD Gazellen Awards uit aan de snelst groeiende bedrijven. De FD Gazellen van 2021 zijn Nederlandse bedrijven die tussen 2018 en 2020 een omzetgroei van tenminste 20% hebben bewerkstelligd.

Trots

Oprichters Edgar de Beule en Hesam Fahimi zijn erg trots dat de ME Research Group voor de achtste keer onderscheiden wordt met een FD Gazellen Award. “Een dergelijke groei is alleen mogelijk doordat klanten steeds weer hun vertrouwen in onze teams uitspreken. Dat is een enorm compliment voor alle collega’s die elke dag alles uit de kast halen om onze klanten te helpen met de juiste inzichten en adviezen. Naast de autonome groei die de groep doormaakt, zijn we in 2019 ook begonnen met een reeks van bedrijfsovernames. Dit in combinatie met de benoeming tot Onderzoeksbureau van het Jaar 2020 door onze brancheorganisatie heeft ervoor gezorgd dat we in de periode van 2018 tot en met 2020 onze omzet ruim zagen verdubbelen. Ook in 2021 maken we als groep een groei door van ruim 30%. Dat maakt ons trots”, legt Fahimi uit.

Boj Nefkens, CCO ME Research Group, vult aan: “Het is ongelooflijk om te zien dat de ME Research Group met meer dan 100 specialisten en met kantoren in Amsterdam en Eindhoven, inmiddels is uitgegroeid tot een top 5 speler in de markt. Groei wordt niet alleen bepaald door omzet, maar ook door kwaliteit en stabiliteit. Hier zetten onze collega’s zich elke dag weer voor in.”

De ME Research Group

De ME Research Group bestaat uit twee zelfstandige marktonderzoeksbureaus, Markteffect en DirectResearch. Twee bureaus die uit hetzelfde hout gesneden zijn, hetzelfde DNA hebben en ook hetzelfde doel nastreven: inhoudelijk het allerbeste product leveren. Het mooie van twee bureaus binnen één groep, is dat ieder haar eigen specialiteiten heeft.

Of het gaat om merk en campagne (naamsbekendheid-, positionering- en campagne onderzoek), om productontwikkeling en -innovatie (doelgroep bepaling, usage & attitude-, behoefte onderzoek en concept testing) of om klanten en medewerkers (tevredenheids- en betrokkenheidsonderzoek), de groep heeft altijd een antwoord op uw vraag. Twee weten nu eenmaal meer dan één.

De fysieke uitreiking van de FD Gazellen Awards is vanwege de coronamaatregelen verplaatst naar 24 maart 2022.

Amsterdam, 19 november 2021

Cremeren wordt steeds populairder onder Nederlanders. Zes op de tien Nederlanders willen zich na hun dood laten cremeren. Ruim een derde van de mensen van wie de ouders nog kozen voor begraven, kiest zelf voor cremeren. Inmiddels is bijna de helft van de Nederlanders uitgesproken positief over cremeren, tien jaar geleden was dat nog 40 procent. Dat blijkt uit onderzoek van DirectResearch in opdracht van Dit is de Dag (EO) in samenwerking met het Nederlands Dagblad.

Tien jaar geleden stond één op de vijf Nederlanders nog negatief tegenover cremeren, nu is dat nog slechts één op de acht. Ook in de voorkeur van mensen voor hun eigen lijkbezorging is de veranderende houding zichtbaar. Één op de vijf Nederlanders is de afgelopen tien jaar van voorkeur veranderd. De grootste verschuiving vindt plaats van begraven naar cremeren. Één op de drie Nederlanders kiest nog voor begraven als vorm van lijkbezorging.

Tien procent van de Nederlanders kiest voor alternatieve vormen van lichaamsverwerking. Zo stelt 7 procent zijn of haar lichaam ter beschikking aan de wetenschap. Ook kiezen mensen voor resomeren (laten oplossen door chemische middelen) of het lichaam laten bevriezen.

Whats App Image 2021 11 18 at 14 43 59

Drieëndertig procent van de respondenten die tien jaar geleden nog begraven wilden worden en nu kiezen voor crematie zeggen dat hun gevoel daarbij de doorslag heeft gegeven. Eenentwintig procent geeft als reden aan dat ze niet willen dat hun lichaam nog plek inneemt op aarde.

Christenen

Ook christenen denken positiever over crematie dan voorheen. De meerderheid van de protestanten (69 procent) kiest voor begraven. Toch denkt ook deze groep positiever over cremeren. Van de protestanten die tien jaar geleden negatief waren over crematie, denkt nu een derde daar positiever over.

Whats App Image 2021 11 18 at 15 14 36

Bij slechts één op de acht Nederlanders beïnvloedt de levensovertuiging of het geloof hun voorkeur. Ook bij protestanten staat ‘gevoel’ bovenaan, maar bij hen komt levensovertuiging of geloof op nummer 2. Van de protestanten die aangeven dat hun geloof meeweegt in de keuze voor cremeren of begraven (41 procent), kiest 96 procent voor begraven en 3 procent voor cremeren.

Dit onderzoek heeft plaatsgevonden onder een groep van 1050 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Deze groep is representatief voor de samenleving op de kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Daarnaast is er aanvullend onderzoek gedaan naar 300 katholieke en 300 protestantse Nederlanders.


Voor meer informatie zie: https://www.nporadio1.nl/nieuws/binnenland/a8df3f37-9a05-4d86-87df-cece0a79433e/nederlanders-steeds-positiever-over-cremeren
Het radiofragment is te beluisteren op: https://www.nporadio1.nl/fragmenten/dit-is-de-dag/60dac0b1-58b5-4bd9-8b13-0fda3fb7b6e8/2021-11-19-cremeren-wordt-steeds-populairder

Amsterdam, 3 november 2021

Hoeveel goede vrienden heb jij? Zijn ze op één hand te tellen of reken jij juist héél veel mensen tot je beste vrienden? Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders gemiddeld vijf goede vrienden heeft.

Stichting Vier de Vriendschap, die zich inzet om het belang van vriendschap onder de aandacht te brengen, vroeg 1309 Nederlanders boven de 16 jaar naar hun vriendschappen.

Het onderzoek laat zien dat Nederlanders gemiddeld vijf mensen hebben die zij rekenen tot de zogenaamde ‘inner circle’. Daarbuiten, in onze ‘outer circle’, hebben we gemiddeld 10 vrienden. Dat betekent niet dat deze tien mensen minder belangrijk voor ons zijn, zo zegt prof. dr. Beate Völker, socioloog en hoogleraar stadsgeografie aan de Universiteit van Utrecht. “Juist de vrienden waar we iets minder hecht mee zijn, inspireren ons, leren ons nieuwe dingen en brengen ons buiten onze gebaande paden. Dat komt doordat we net iets minder met hen gemeen hebben dan met onze inner circle vrienden.”

Leeftijd

Van alle vrienden die we hebben, lijkt 71% op ons qua leeftijd, 70% qua sekse en 62% qua geloofsovertuiging. Opleidingsniveau speelt met 58% een minder belangrijke rol. Ook blijkt dat onze vrienden relatief dichtbij wonen. Voor bijna twee op de drie ondervraagden geldt dat 75% van hun vrienden binnen een straal van 35 kilometer woont.

Leuker

Bijna een derde van de Nederlanders zou meer tijd willen besteden aan zijn of haar vrienden en we doen er goed aan hierin te investeren. Want bijna alle respondenten, 96%, vinden dat vriendschappen het leven leuker maken en ruim vier op de vijf geeft aan dat ze belangrijk zijn voor de kwaliteit van zijn of haar leven.

Contact

Het onderzoek laat ook een aantal duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen zien. Zo hebben vrouwen veel vaker dagelijks contact met hun inner circle dan mannen. Ruim een kwart van de vrouwen spreekt hun goede vrienden dagelijks, ten opzichte van 17% van de mannen. Het liefst drinken we een drankje als we onze vrienden zien. Met een gemiddelde score van 79% is dit het favoriete uitje van zowel mannen als vrouwen, gevolgd door uitgaan (42% van de stemmen). De top drie activiteiten voor vrouwen wordt afgesloten met creatieve activiteiten. Mannen gaan liever samen op vakantie of gaan samen sporten.

Corona

Bijna de helft van de respondenten heeft aangegeven dat hun vriendschappen hebben geleden onder de coronamaatregelen. Toch is het een op de vijf mensen gelukt om tijdens de pandemie een nieuwe vriendschap te sluiten.

Dit onderzoek is een samenwerking tussen Van Hulzen Communicatie en Stichting Vier de Vriendschap. Het onderzoek is tussen 19 en 27 oktober uitgevoerd door DirectResearch. Voor meer informatie zie https://www.telegraaf.nl/lifestyle/586054708/zoveel-goede-vrienden-hebben-nederlanders-gemiddeld

Amsterdam, 24 september 2021

Vier op de tien kerkgaande Nederlanders wil dat alleen mensen met een coronapas de kerk in kunnen. Bij rooms-katholieken is ruim de helft voor de invoering van de coronapas. Dat blijkt uit onderzoek van DirectResearch in opdracht van Dit is de Dag en het Nederlands Dagblad. Het onderzoek is uitgevoerd onder een representatieve groep van ruim duizend christenen, die één keer per maand of vaker naar de kerk gaan.

Ook kerken versoepelen vanaf 25 september hun coronaregels. Geen enkel kerkgenootschap in Nederland is van plan bezoekers om een toegangsbewijs te vragen. Christenen blijken verdeeld over de coronapas, want het beleid van kerken krijgt eveneens steun van vier op de tien kerkgangers. De overige twintig procent staat neutraal tegenover een toegangsbewijs.

Whats App Image 2021 09 23 at 20 22 55

Vaccinatie

De vaccinatiegraad bij kerkgangers is nagenoeg gelijk aan de rest van Nederland. Alleen bij enkele kleine orthodox-protestantse kerkgenootschappen ligt het beduidend lager. Volgens de meest recente cijfers van het RIVM is 82 procent van de 18-plussers volledig gevaccineerd en krijgt 4 procent binnenkort de tweede prik. Onder christenen is dat 79 procent en heeft 4 procent één prik of de prikafspraken staan. De redenen geen vaccinatie te willen, hebben slechts beperkt met geloof te maken. Vaker gaat het om bedenkingen over de vaccins of een gebrek aan vertrouwen in de overheid. Vooral de onbekende langetermijneffecten en de snelheid waarmee de vaccins zijn gemaakt, worden veel genoemd.

Dit onderzoek is een samenwerking tussen het NPO Radio 1-programma Dit is de Dag (EO) en het Nederlands Dagblad. Het onderzoek is tussen 17 en 22 september uitgevoerd door DirectResearch. Voor meer informatie zie https://www.nporadio1.nl/nieuws/binnenland/474c6185-8498-4369-9479-de0ce52a9c25/twee-op-de-vijf-kerkgaande-christenen-wil-coronapas-bij-kerkgebouw of https://www.nd.nl/geloof/geloof/1061898/kerkgenootschappen-niet-van-plan-naar-toegangsbewijs-te-vragen-

Amsterdam, 21 september 2021

Circa 70 procent van alle motorrijders gaat in de zomer altijd volledig beschermd de weg op. Desondanks is er nog altijd een groep van 30 procent die in zomermaanden een risico neemt door zich niet volledig beschermd te kleden. Warmte en gebrek aan comfort zijn hier de belangrijkste redenen voor.

Het onderzoek naar de beschermende kleding van motorrijders is gedaan door DirectResearch in opdracht van de RAI Vereniging. Motorkleding is de belangrijkste bescherming van een motorrijder. Daarnaast verhoogt het de zichtbaarheid in het verkeer. Een overgrote meerderheid van de motorrijders gaat daarom ook de warmere zomermaanden altijd volledig beschermd de weg op, blijkt uit onderzoek onder ruim 500 motorrijders.

Biker, Motorcycle, Ride, Vehicle, Motorbike, Road

Bescherming

Tom Crooijmans, voorzitter sectie Motoren van RAI Vereniging is blij dat zoveel motorrijders hun verantwoordelijkheid nemen, maar benadrukt dat nog altijd 30 procent ervoor kiest om zich in de zomer niet altijd volledig te beschermen. In de winter ligt dit percentage lager, circa 14 procent. De motorbroek (20 procent) en laarzen/schoenen (17 procent) worden in de zomer het vaakst thuisgelaten. Opvallend is dat 10 procent van deze groep respondenten ook de motorhelm niet altijd draagt.

Crooijmans: “Mede dankzij steeds beter beschermende motorkleding, is het aantal overleden motorrijders in het verkeer in de afgelopen 30 jaar meer dan gehalveerd. In 2020 telde Nederland desondanks nog 42 dodelijke slachtoffers. Ongeveer 40 procent van deze dodelijke ongevallen is eenzijdig. Dat moet en kan minder, te beginnen door altijd volledig beschermd de weg op te gaan.”

Verplicht helm op

Momenteel is in Nederland alleen de motorhelm verplicht. Maar liefst 74 procent van alle respondenten is echter voor verdergaande verplichtingen ten aanzien van het dragen van beschermende motorkleding. Op de vraag wat men ertoe zou bewegen om 100 procent beschermd de weg op te gaan, antwoord 45 procent van de respondenten dat men dit zou overwegen als motorkleding comfortabeler zou zijn. 38 procent van de ondervraagden zou graag wettelijk vastgelegde regels zien omtrent motorkleding en 30 procent zou graag meer duidelijkheid hebben omtrent welke kleding nu precies veilig is. Ten slotte zegt 18 procent te overwegen volledig beschermd te rijden als er meer aanbod in stijlvollere kleding zou zijn.

Volgens RAI Vereniging worden er juist op het punt van stijl en comfort veel stappen gezet. Er is steeds meer aandacht voor betere ventilatie, variatie en stijl in motorkleding. Ook voor in de zomer. Sommige motorkleding is bijna niet meer van normale casual en sportkleding te onderscheiden, terwijl niet wordt ingeboet op veiligheid. Hiermee kun je prima over straat of naar je werk, waardoor de drempel om altijd volledig beschermd de weg op te gaan, nog lager wordt. Daarnaast zijn er ook ontwikkelingen waarbij kleding wordt uitgerust met airbags en sensoren. Deze zogenaamde ‘connected’ kleding kan bijvoorbeeld plotselinge weersveranderingen monitoren en de motorrijden tijdig waarschuwen.

Europese regels

Sinds 2018 zijn de Europese regels voor motorkleding verder aangescherpt. Deze regels bevatten een omvangrijk pakket van eisen waar motorkleding tegenwoordig aan dient te voldoen, opgedeeld in diverse beschermingsklasses. Omdat niet iedere motorrijder hetzelfde is en ook de omstandigheden nogal verschillen, zijn er diverse classificaties, van A tot AAA (hoogste klasse). Deze regels zijn opgesteld om de motorrijder beter te beschermen en de mate van bescherming eenvoudig en eenduidig valt af te lezen.

De afgelopen jaren schommelt het aantal dodelijke verkeersslachtoffers tussen de 40 en 50 per jaar. Om de toegevoegde waarde van motorkleding in de praktijk nog beter in kaart te brengen, is volgens RAI Vereniging meer onderzoek en een betere registratie bij ongevallen nodig. Momenteel wordt motorkleding niet meegenomen in de registratie van ongevallen, terwijl hieruit essentiële informatie kan worden gehaald om het verkeer op de weg nog veiliger te maken.

Voor meer informatie zie https://www.rijschoolpro.nl/rijschool/2021/09/21/meerderheid-motorrijders-altijd-volledig-beschermd-de-weg-op/?gdpr=accept&gdpr=accept