NPS +57 NPS +57
Flexibel en snel Flexibel en snel
Klantgericht en deskundig Klantgericht en deskundig
Transparant en innovatief Transparant en innovatief

11 juli 2023

Dit blijkt uit een onderzoek van fintechbedrijf Pleo met DirectResearch onder 1.042 Nederlandse werknemers. Gemiddeld wordt €83,30 euro per persoon aan onkosten niet teruggevraagd aan de werkgever. Jongeren tot 35 jaar laten niet alleen het meeste geld liggen, maar worden ook gevraagd het meest voor te schieten.

1 op de 5 werknemers bang om als te krenterig te worden gezien 

Nederlandse werknemers moeten gemiddeld maar liefst 1237,20 euro per jaar voorschieten, maar niet iedereen is even secuur in het terugvragen van dit geld. Ruim 1 op de 5 werknemers (22%) geeft aan het declareren van lage bedragen te vermijden uit angst om als krenterig te worden gezien. Andere veelgenoemde redenen zijn de drukte op het werk (20%) of een kwijtgeraakt bonnetje of declaratieformulier (20%).

Declareren is voor 22% de grootste ergernis op de werkvloer. Zo worden declaraties niet altijd ingediend vanwege het moeizame proces. De grootste ergernis onder de ondervraagden is het correct en volledig invullen van declaratieformulieren (39%). Daarnaast wordt ook het verzamelen van papieren bonnetjes als hinderlijk ervaren (24%). De oorzaak van dit misgelopen geld ligt niet aan de uitleg van de werkgever, want 2 op de 3 werknemers laat weten voldoende uitleg te krijgen over het indienen van declaraties. 

Jongeren lopen het meeste geld mis door problemen met declaraties

Het declareren van onkosten blijkt voornamelijk een probleem onder werknemers tussen de 18 en 35 jaar. Op jaarbasis zegt deze groep gemiddeld 191,70 euro niet te hebben teruggevraagd per jaar. Dit is een significant verschil in vergelijking met werknemers in de categorie 35-50 jaar (80,30 euro per jaar) en werknemers ouder dan 50 jaar (42,60 euro). Tegelijkertijd worden zij gevraagd om het meest voor te schieten ten opzichte van de oudere leeftijdsgroepen. Terwijl 50+ers slechts 72,70 euro per maand moeten voorschieten, is dat voor de groep werknemers tot 35 jaar maar liefst 194,20 euro. 

De jongste groep werknemers scoort op alle eerder genoemde redenen om niet te declareren hoger dan gemiddeld. Drukte op werk (30%), het kwijtraken van een bonnetje of declaratieformulier (26%) en de angst voor krenterig gedrag (32%) zijn de belangrijkste redenen. Dit is zorgelijk, want de groep werknemers 18 – 35 jaar geeft ook aan stress te krijgen van het voorschieten, omdat ze bang zijn dat ze hun eigen rekeningen niet kunnen betalen (30%). Ook geeft bijna 1 op de 3 werknemers in deze groep aan wel eens geld van een spaarrekening of een andere betaalrekening te moeten halen, omdat ze geregeld moeten voorschieten. 37% van deze respondenten tussen de 18 en 35 jaar vindt geld voorschieten voor de werkgever dan ook niet meer van deze tijd.   

Eilika Regenbrecht, country lead Nederland bij Pleo: “Ik wist wel dat Nederlandse werknemers veel geld mislopen door het niet indienen van declaraties, maar ik ben toch geschrokken van de cijfers. Het is extra zorgelijk dat de jongere en financieel meest kwetsbare doelgroep het hardst wordt getroffen. Niet alleen verdienen zij relatief gezien het minst, maar ook worden zij gevraagd het meest voor te schieten. Het is frustrerend dat werknemers zoveel geld mislopen, omdat dit echt onnodig is. Met een slim declaratiesysteem hoef je geen geld meer voor te schieten en voor de zeldzame keren dat dit toch een keer moet, krijgen ze direct hun geld terug.” 

Niet alleen voor werknemers levert dit voordelen op, maar ook voor werkgevers. “Missende bonnetjes betekent ook dat je geen BTW kunt terugvragen als werkgever bijvoorbeeld. Daarnaast helpt een efficiënt declaratiesysteem in een beter inzicht in daadwerkelijke bedrijfsuitgaven, waardoor je veel slimmere bedrijfsbeslissingen kunt maken en plannen.”    

23 juni 2023

Er is minder weerstand tegen energie uit biomassa of uit kerncentrales, blijkt uit onderzoek van Vattenfall. Was in 2021 nog 31% tegen de inzet van kernenergie, in 2023 is dat gedaald naar 21%. De weerstand tegen energie uit biomassa daalde van 27% naar 19%. Vattenfall verricht sinds 2019 regelmatig een onderzoek onder Nederlanders over hoe zij denken over klimaatverandering, in te zetten maatregelen (technieken of bronnen) en hoe deze gewaardeerd worden.

De steun voor het inzetten van zonnepanelen en energiebesparing als maatregel tegen klimaatverandering is onder Nederlanders nog altijd het grootst. Maar ook de support voor wind op zee of water (zoals een IJsselmeer) neemt geleidelijk toe.

Wat opvalt is dat een groeiende groep Nederlanders elke vorm van klimaatmaatregelen níét steunt. Dat hangt wellicht samen met dat minder mensen geloven dat de maatregelen ook effect hebben op klimaatverandering (van 71% in 2019 naar 63% in 2023). 42% van de ondervraagden vindt ook dat de Nederlandse klimaatmaatregelen op mondiale schaal een te klein effect hebben. Er is niet gevraagd hoe deze groep denkt over het belang van een economische voorsprong door en de mogelijke export van (nieuwe) klimaattechnieken.

Bekend maakt bemind
Er zijn grote verschillen voor de steun voor een lokale maatregel tussen de groep mensen die deze al kent vanuit hun omgeving en de groep die de maatregel niet kent. Zo is 38% van de ondervraagden vóór een kerncentrale nabij als zij die nog niet kennen, dat wordt 77% als je het aan mensen vraagt die al een kerncentrale in de buurt hebben staan. Voor biomassa is dat 35% ten opzichte van 67%.

Onderzoekverantwoording
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Vattenfall door Direct Research onder 1015 consumenten in Nederland van 18 jaar en ouder, gewogen voor geslacht, leeftijd en opleiding, in de periode 24 april 2023 tot en met 4 mei 2023. 


Bekijk hier de volledige Vattenfall rapportage – Houding klimaatverandering 2023